Deze haven
DEZE HAVEN
Deze haven
waarin ik mijn ladingen wil lossen
de vracht wil verlossen
van wanden van staalplaat
Waar de opgerichte ellebogen scharnieren
in een overvloeiende overslag van overvloed
Deze haven
met haar piramides van bruinkool
halve zandlopers, robots in automatisme
affakkelende buizen & tochtsluizen
likken aan oranje wolken van damp
Leeg heet de schijn van verlaten
alleen constructies zonder namen
Maar de trappen langs de silo’s verraden
hoe een man met een hamer
de laatste sloten vergrendeld
Deze haven
met haar baronnen in parkheuvel
de Bentley’s op het Weena,
de torens op de Wilhelminapier
onderbuikse sanering
verschoonde tering naast nering
Ergens tussen de muren van containers
bonkt een zwetende vuist
in een taal van ver tegen de krakende
wanden van een decembernacht
Chinese vrouwen verkocht als kind
Een knoop die niet aangetrokken wordt
hard van hart wart maar niet verward
Deze haven
met haar blues van tatoeages
die de ongeschoren chauffeurs
verruilen voor saucijzenbroodjes
Vogels trekken schuwe cirkels
besluipen de zwangere trechter van de monding
Op het marktplein schuimen de meeuwen
het accent van zeeman nooit verloren
We graven baggersluizen en richten windgeulen
Natuurlijk heet als element van snelheid rendement
Japanners loeren vanaf de Spido
naar een brandende bajesboot
Een Rotterdammer weet
waarom deze haven
meer vóór de wereld
dan van Nederland is
Vanaf de loopplanken dalen talen af
brengen hun kinderen naar pleinen
waar ze met elkaar afmeren aan
navelstrengende touwen en kabels
Wij staren vanaf een pier
de tekening van kranen
met natte vingers voorbij
Zien vanaf het Leuvehoofd
hoe schepen bewijzen
dat de aarde rond is
Jeroen Naaktgeboren, De Woorddansers
uit: POETRY SLAM, HET FESTIVAL
uitgeverij Douane, 2005
Alle teksten zijn eigendom van de WoordDansers. Wilt u deze tekst afdrukken of gebruiken, neem dan contact met ons op.
terug naar gedichten overzicht
Deze haven
waarin ik mijn ladingen wil lossen
de vracht wil verlossen
van wanden van staalplaat
Waar de opgerichte ellebogen scharnieren
in een overvloeiende overslag van overvloed
Deze haven
met haar piramides van bruinkool
halve zandlopers, robots in automatisme
affakkelende buizen & tochtsluizen
likken aan oranje wolken van damp
Leeg heet de schijn van verlaten
alleen constructies zonder namen
Maar de trappen langs de silo’s verraden
hoe een man met een hamer
de laatste sloten vergrendeld
Deze haven
met haar baronnen in parkheuvel
de Bentley’s op het Weena,
de torens op de Wilhelminapier
onderbuikse sanering
verschoonde tering naast nering
Ergens tussen de muren van containers
bonkt een zwetende vuist
in een taal van ver tegen de krakende
wanden van een decembernacht
Chinese vrouwen verkocht als kind
Een knoop die niet aangetrokken wordt
hard van hart wart maar niet verward
Deze haven
met haar blues van tatoeages
die de ongeschoren chauffeurs
verruilen voor saucijzenbroodjes
Vogels trekken schuwe cirkels
besluipen de zwangere trechter van de monding
Op het marktplein schuimen de meeuwen
het accent van zeeman nooit verloren
We graven baggersluizen en richten windgeulen
Natuurlijk heet als element van snelheid rendement
Japanners loeren vanaf de Spido
naar een brandende bajesboot
Een Rotterdammer weet
waarom deze haven
meer vóór de wereld
dan van Nederland is
Vanaf de loopplanken dalen talen af
brengen hun kinderen naar pleinen
waar ze met elkaar afmeren aan
navelstrengende touwen en kabels
Wij staren vanaf een pier
de tekening van kranen
met natte vingers voorbij
Zien vanaf het Leuvehoofd
hoe schepen bewijzen
dat de aarde rond is
Jeroen Naaktgeboren, De Woorddansers
uit: POETRY SLAM, HET FESTIVAL
uitgeverij Douane, 2005
Alle teksten zijn eigendom van de WoordDansers. Wilt u deze tekst afdrukken of gebruiken, neem dan contact met ons op.
terug naar gedichten overzicht